Vraag 8: Structuur

Tijdens het oefenen proberen wij rekening te houden met zoveel mogelijk aspecten van een taak. Bij schrijven houden we bijvoorbeeld rekening met de schrijfmethoden, de woordkeuze van de docent, het potlood wat het kind gebruikt, de lijnen waarop het kind gewend is dat er geschreven wordt, etc. Wat wij vaak tegenkomen zijn problemen met structuur; hoe structureer je een taak zo dat het zelfstandig uitvoerbaar wordt. Indien nodig zetten we dan dagritmekaartjes, de Beertjes methode of picto’s in om de opdracht, of de hele dag, te structureren.

Dagritmekaarten

Om te beginnen kan een dagritme voor sommige kinderen een hoop rust geven. Wanneer de structuur van de dag duidelijk is, ontstaat er meer ruimte om op één taak te focussen. Er zijn veel verschillende in de omloop, bijvoorbeeld deze van Heutink (meer via de link!):

https://www.heutinkvoorthuis.nl/cmsdata/mediabrowser/files/dagritmekaarten%20hvt%20def.pdf

De Beertjesmethode van Meichenbaum

De beertjesmethode is ontwikkeld door Donald Meichenbaum, een psychotherapeut, om kinderen te leren een taak uit te voeren. De beren, in combinatie met oefenen met een begeleider, helpen het kind om een taak te structureren. Iets wat voor veel kinderen moeilijk is. Zo leert een kind uiteindelijk een taak zelfstandig aan te pakken én te voltooien.

De theorie

Wat moet ik doen?

In deze fase wordt de taak uitgezocht. Wat moet er uiteindelijk gedaan worden? Wat houdt de taak precies in? Wanneer is de taak goed uitgevoerd? Vooral de laatste vraag is moeilijk. Want ‘goed’ moet specifiek gemaakt worden. Dit is heel belangrijk, zodat er in de laatste fase hierop gecontroleerd kan worden. Dus niet: Het is goed als ik mooi heb geschreven. Maar: Het is goed als mijn letters tussen de lijntjes staan.

Stap 1: De bedoeling is dat de begeleider eerst het kind meeneemt in de denkstappen, deze stappen worden hardop uitgesproken en voert deze zelf uit. Het kind kan deze stappen vervolgens kopieren.

Stap 2: Als dit goed gaat verwoordt de begeleider alleen nog maar de denkstappen. Het kind voert uit.

Stap 3: Weer later verwoordt het kind de denkstappen en voert de opdracht uit met hulp van de begeleider.

Stap 4: Uiteindelijk kan de taak zelfstandig verwoordt en uitgevoerd worden. Totdat de taak uiteindelijk niet eens meer hardop uitgesproken hoeft. 

Zelf de stappen maken kan in het begin heel moeilijk zijn. Het kan verleidelijk zijn om gauw hulp aan te bieden. Doe dit niet. Geef het kind de tijd om zelf na te denken. Fouten maken is oké, wordt niet boos, maar hou het bij een neutraal ‘nee, dat klopt niet’ en stuur de goede richting in.

Hoe ga ik het doen?

Wat is er nodig om de taak uit te voeren? Welke (hulp-)middelen heb je nodig? In welke volgorde moet de taak uitgevoerd?

Ik doe mijn werk

Aan de slag! Let als begeleider op of de opdracht wordt uitgevoerd zoals van tevoren is afgesproken, maar grijp niet direct in als het niet zo gebeurt.

Wat vind ik ervan?

Hier worden de specifieke punten uit ‘wat moet ik doen’ weer naar voren gehaald. Hoe concreter de punten zijn die nagekeken moet worden, hoe makkelijker het is voor een kind.

Bij kinderen bij wie dit al heel goed gaat kan ook gevraagd worden: wat (in het proces) ging er goed? Wat zou je volgende keer anders doen?

De praktijk

De theorie is nog behoorlijk abstract. Daarom worden hieronder voorbeelden gegeven hoe je dit zou kunnen uitvoeren. In deze link staat een voorbeeld (over een rekentaak) volledig uitgeschreven.

  1. Bij tafeldekken, mondeling begeleiden

Wat moet je doen

B: K dek jij de tafel even?

B checkt: Wat moet je doen?

K: Tafel dekken

Hoe ga je het doen

B: Wat heb je allemaal nodig?

K: Borden, bestek, saus, opscheplepels en bekers.

B: Oké, ga maar doen

Ik doe mijn werk

Tijdens het tafeldekken als hij verzand in z’n taak of afhaakt: Wat moet je ook alweer doen?

Wat vind ik ervan?

Taak af volgens K, dan vraagt B: Heb je alles?

K actief laten controleren (evt hulpvragen: wat moet er dan allemaal op tafel liggen?)

Indien er iets mist: niet voorzeggen wat er mist, probeer K te laten nadenken. ‘Hoe gaan we de soep eten?’ ‘Waar schep ik het eten mee op?’.
K: Oh, de lepels missen nog.
B: Oké, pak dat nog maar even.

Taak af? Belonen: goed gedaan, dankjewel!

Picto’s

Een andere manier van begeleiden kan zijn door het ophangen van picto’s. Bij het aankleden kunnen bijvoorbeeld onderstaande plaatjes (van Sclera) opgehangen worden, zodat deze stuk voor stuk gevolgd kunnen worden en er geen stappen worden overgeslagen.

Kleding wordt klaargelegd
Sokken aantrekken
Onderbroek aantrekken
Broek aantrekken
Hemd aantrekken
Shirt aantrekken