Vraag 1: Voet-/beenvariaties

De eerste vraag die we behandelen gaat over de stand van voeten. Gedurende de eerste levensjaren zijn de voeten onderhevig aan een enorme ontwikkeling. En de ontwikkeling is ook nog behoorlijk variabel tussen kinderen.

Of jouw kind nou kiest voor een eerste paar voorzichtige stapjes, of hij kiest ervoor om er vandoor te stuiven, de eerste stappen zijn nooit perfect. De enkels kunnen naar binnen knikken, je kunt platvoeten zien, tenenlopen, de voeten kunnen naar binnen staan (toeing in) of naar buiten (toeing out) en het mooie is: het mag allemaal. Uiteindelijk wil je natuurlijk dat je kind een normale gang ontwikkelt. Maar wat is een normale stand van de voeten? Hoe komt het dat er een andere stand te zien is? En wanneer moet je aan de bel trekken? En als je aan de bel hebt getrokken, wat gebeurt er dan? Deze vragen worden hieronder behandeld.

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: er is niet één normale stand van de voeten. We streven er niet naar om iedere voet recht vooruit te laten staan. Om de normale stand van de voeten te bepalen kijken we enerzijds naar wetenschappelijk onderzoek. Daarin wordt bij zeer grote groepen kinderen gemeten hoe ze lopen. Door te kijken naar het verloop van de voetstand (welke voetstand trekt bijvoorbeeld nog vanzelf terug) en naar welke standen gezien worden als exces bepalen we wat normaal is.

Het wetenschappelijke onderzoek vertelt ons dat extreme voetstanden van 1- en 2-jarigen meestal spontaan normaliseren gedurende de groei totdat ze een jaar of 4 zijn. Daarna wordt de spontane normalisatie beduidend minder.

Anderzijds kijken we naar specifieke kindfactoren. Hoe is de stabiliteit van de voet (hoe flexibel/stug is de voet), de spierkracht van de voet, etc. Een stand die voor het ene kind geen enkel probleem oplevert, kan voor het andere kind wel voor problemen zorgen zoals pijn, veelvuldig vallen of snelle vermoeidheid. Dat zou reden kunnen zijn om een wat minder sterke 2-jarige toch te behandelen. Of een zeer sportieve 5-jarige zonder klachten niet te behandelen.

De oorzaak voor een andere stand van de voeten is niet eenduidig. De afwijkende stand kan uit de voet zelf komen, maar ook de knieën, heupen en rug zijn mogelijke veroorzakers van een andere stand van de voeten. Daarom zullen we bij een intake het onderzoek niet alleen op de voet richten. Het onderzoek passen we aan aan de leeftijd van het kind. Hoe jonger het kind is, hoe meer we ons inzetten om zoveel mogelijk spelenderwijs en door middel van observatie te onderzoeken. Hoe ouder het kind, hoe meer we uitleggen en het kind meenemen in het proces. Alles naar behoefte. Vervolgens delen we de gevonden resultaten en bespreken we of er behandeling nodig is en zo ja, hoe we de behandeling kunnen aanpakken.

Samengevat: een afwijkende voetstand komt vaak voor en er is niet één normale stand van de voeten. Tot een jaar of 4 mag er heel veel, zolang je kind er geen last van heeft.

 Als je twijfel hebt kun je natuurlijk altijd een keer ter controle contact met ons opnemen!